Voor Email naar de website klik hier

              

 

 

Feest van de HEILIGE MARCUS, EVANGELIST, 25 april.

Johannes Marcus werd geboren in Jeruzalem. Hij werd de schrijver van het Tweede Evangelie. Bij de dood van Jezus was Marcus nog jong. Zijn moeder was de eigenaresse van de zaal van het Laatste Avondmaal.

Marcus maakte met de apostel Paulus zijn  eerste missiereis, maar hij was niet opgewassen tegen de vermoeienissen daarvan en keerde naar Jeruzalem terug.

Marcus was ook een leerling van de apostel Petrus, zijn gezel en wellicht ook zijn secretaris. Hij was zodoende steeds bij de prediking van Petrus in Rome en waarschijnlijk heeft hij aan de hand daarvan zijn evangelie geschreven. Marcus wil met zijn  evangelie aantonen, dat Jezus de Zoon van God is. Hij gebruikt bij voorkeur de titel “Mensenzoon”. Hij werd in Alexandrië, waar hij bisschop was, vermoord.

Zijn gedachtenis wordt gevierd op 25 april.

 

Petrus Canisius, 27 april

Op 8 mei 1521 werd Petrus Canisius in Nijmegen geboren onder de naam Peter Kanis.

Aan het begin van zijn studie aan de universiteit van Keulen verandert hij zijn naam naar een meer Latijnse uitspraak in Petrus Canisius. In 1543 op 23-jarige leeftij treedt hij toe tot de Jezuïtenorde.

Vanwege zijn kwaliteiten wordt hij regelmatig belast met het stichten van nieuwe colleges (middelbare scholen) o.a. in Wenen, München, Praag enz.

Hij wordt er vooral belast met diplomatieke taken: zo moet hij namens de paus in Rome aan de bisschop van Keulen gaan duidelijk maken, dat deze terug moet treden omdat hij niet geschikt blijkt. Als hij dat tot een goed einde heeft gebracht, wordt hij naar het eiland Sicilië gestuurd om er een college op te richten, zoiets als een middelbare school. Vanwege het grote succes werd hij naar meer steden gestuurd om zulke colleges op te richten: Wenen, Praag, München, Dillenburg enz. Intussen vond hij nog tijd om in vele kerken te preken, boeken te schrijven en zieken te bezoeken.

Zijn beroemdste boek is de katechismus; een eenvoudig vraag- en antwoordenboekje over het Katholiek geloof.

Tot ongeveer 1950-1960  - dus bijna 400 jaar lang - werd het in parochies en op scholen gebruikt.

Op 21 december 1597 overleed hij te Fribourg in Zwitserland kort nadat hij ook daar -zij het moeizaam- een nieuw college had gesticht.

De laatste woorden die van hem opgetekend zijn: "Weet u waarom er jezuïeten bestaan? Alleen maar om aan jonge mensen onderricht te geven, en om mensen in elke vorm van nood bij te staan, tot meerdere eer van God..."

 

 

Louis-Marie Grignion de Montfort, 28 april.

Stichter van de zusterscongregatie, "de Dochters der Wijsheid" en van "de Paters Montfortanen"  

Louis-Maria Grignion de Monfort wordt op 31 januari 1673 geboren als Louis Grignion in Frankrijk (Bretagne).

Zelf voegt hij later Maria toe aan zijn voornaam en en voegt aan zijn naam zijn geboorteplaats Monfort toe. Na een opleiding bij de Jezuïeten wordt hij in 1700 tot priester gewijd.

"Montfort voelde zich aangetrokken tot een soort kluizenaarsleven. Maar omdat hij de noden van de kerk zag, heeft hij bewust gekozen voor de verkondiging. Hoewel zijn voorkeur uitging naar de mensen op het platteland, liep hij de steden niet voorbij. Wel had hij steeds oog voor de armen, de zieken en de verstotenen. Zo heeft hij een veelbewogen leven geleid als rondtrekkend volksmissionaris.

De eer van God stond bij hem boven alles. Aan die God zijn mensen toegewijd door hun doopsel. In alle kringen van de bevolking nodigde hij mensen uit bewust te leven als Gods geliefde kinderen.

Hij had de aard van de Bretoen: stoer, vastberaden, recht door zee en onwrikbaar. Hij was een geboren leider, met een fijn aanvoelingsvermogen en eindeloos geduld. Van de mensen kreeg hij dan ook de bijnaam: 'le bon père de Montfort: de goede pater van Montfort’.

Benijdenswaardig is zijn incasseringsvermogen: "Als je de boodschap van het evangelie wil verkondigen, moet je klappen kunnen verdragen". Meerdere keren werd hij uit een bisdom verbannen. Dan trok hij zich terug in de stilte tot hij naar een ander bisdom werd geroepen. Met hernieuwde kracht ging hij daar weer aan de slag. Hij heeft geleefd als een pelgrim, steeds onderweg. Hij is een prediker, met name voor het volk. Hij is een profeet die geloofde in de belofte van wat nog niet te zien was.

Op 28 april 1716 is Montfort overleden. Zijn zusterscongregatie, de dochters der Wijsheid, telde reeds een aantal leden. Enkele broeders werkten met hem mee in het pastorale werk. Priestermedewerkers had hij ternauwernood twee. Toen Montfort in 1947 heilig werd verklaard, waren zijn volgelingen over heel de wereld verspreid: dochters der Wijsheid, broeders van Sint-Gabriël en montfortanen, broeders en paters." 

("  " overgenomen van de website van de Montfortanen).

 

 

FEEST  VAN  DE  HEILIGEN  FILIPPUS EN JACOBUS, APOSTELEN.

Dit feest wordt gevierd op 3 mei.

Filippus was afkomstig van Betsaida, de geboorteplaats van Petrus en diens broer Andreas. Hij was een van de eerste leerlingen van Christus. Bij de afscheidsrede van Jezus in de zaal van het Laatste Avondmaal vroeg Filippus op kinderlijke wijze: “Heer laat ons Uw Vader eens zien, dan zijn wij tevreden, dan is het genoeg”, aldus het Johannesevangelie. Er is verder weinig bekend over zijn  leven en dood. Wel zou hij de marteldood zijn gestorven en zijn relieken worden bewaard in de Kerk van de Apostelen te Rome.

Jacobus de Jongere of de Mindere was een neef van Jezus. Zijn moeder , Maria van Klopas, was een van de drie bekende Maria’s. Zij volgde haar Meester en stond onder het kruis met de moeder van Jezus en Maria Magdalena.

Jacobus geloofde aanvankelijk niet zo vast in de Heer. Hij verwachtte een aards Messiasrijk, zoals de gangbare mening onder de joden was. Evenals Tomas zal Jezus hem voor ongeloof behoed hebben, waardoor hij tot de zelfde vurigheid als zijn moeder gekomen is.

Jacobus was de eerste bisschop van Jeruzalem. Hij schreef brieven over de bekoringen ven het leven, het geloof dat door de werken vruchtbaar en levend moet zijn, de hebzucht, de rijkdom en het geduld. Veelzeggend is zijn aansporing tot gebed. Ook zijn relieken rusten in de Kerk van de Twaalf Apostelen te Rome. 

 

 

De "IJSHEILIGEN" (voor een aantal gegevens is als bron gebruikt: www.heiligen.net

Dat is de naam voor een aantal katholieke heiligen, van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot en met 14 mei.

Volgens de volksweerkunde zijn dit de laatste dagen in het (voor)jaar waarop nog nachtvorst op kan treden. Een slordige interpretatie van deze volkswijsheid heeft geleid tot het misverstand dat er met IJsheiligen een verhoogde kans op nachtvorst zou zijn.

Tot de ijsheiligen worden gerekend: 

Martmertus (11 mei)

Omdat hij van de overtuiging was, dat goed voorbeeld ook goed gevolgd moest worden, voerde hij de zogeheten 'kruisdagen' in: drie boetedagen voorafgaand aan het feest van 's Heren Hemelvaart. De gelovigen hielden dan bedevaartprocessies, waarbij allerlei litanieën werden gebeden: o.a. de grote litanie met aanroepingen als:
'van bliksem en noodweer: verlos ons, Heer!
'van de gesel der aardbeving: verlos ons, Heer!
'van pest, hongersnood en oorlog: verlos ons, Heer!...
enz.

Het gebruik van de kruisdagen verspreidde zich vanuit het bisdom over geheel Frankenland, Spanje en Italië; en werd tenslotte in de 10e of 11e eeuw officieel ingevoerd voor de gehele wereldkerk.

Mamertus stierf uiteindelijk waarschijnlijk in 477

 

Pancratius (12 mei) Hij onderging de marteldood tijdens de vervolgingen onder keizer Diocletianus. Hij zou op dat moment pas veertien jaar gweest zijn. De plaats van zijn terechtstelling lag in het oude Rome aan de Via Aurelia.

Vanaf de vijfde eeuw is de heilige Pancratius reeds terug te vinden op de romeinse heiligenkalender. Op de plek van zijn terechtstelling, de Gianicolo in Rome, liet paus Symmachus († 514; feest 19 juli) later een kerk bouwen die aan hem was toegewijd: de San Pancrazio.

Sindsdien had in die kerk op de zondag na pasen een aparte plechtigheid plaats. Met pasen waren de nieuwe dopelingen gehuld in een wit gewaad. Dit droegen ze in de kerk de hele week na Pasen. Zondag na Pasen was de laatste keer dat die witte groep zo duidelijk vooraan in de kerk zat. Vandaar dat die zondag van oudsher 'Beloken Pasen' (= 'blanke of witte Pasen') wordt genoemd. De plechtigheid dat de pasgedoopten hun witte gewaden voor het laatst droegen en daarna aflegden, werd gehouden in de kerk van San Pancrazio. Waarschijnlijk was dat, omdat wit wordt beschouwd als de kleur van de onschuld, en Sint Pancratius met zijn veertien jaar als toonbeeld van moedige onschuld werd vereerd.

 

Servatius van Maastricht (13 mei)

Volgens de overlevering was hij de tiende bisschop van Tongeren. Omdat hij de bisschopszetel overbracht naar Maastricht, staat hij te boek als de eerste bisschop van die stad.

Er is een oude overlevering, die hardnekkig volhoudt, dat hij uit het oosten kwam, uit Armenië of zelfs Palestina. Een middeleeuwse legende weet van hem te vertellen, dat zijn moedertaal hebreeuws was.

Geschiedkundig onderzoek toont aan, dat Servatius waarschijnlijk uit het zuiden van Gallië (= het huidige Frankrijk) afkomstig was. We komen hem in 343 tegen op het concilie van Sardica (= de huidige hoofdstad van Bulgarije Sofia).

Daarnaast nam Servatius deel aan het concilie van Keulen in 346. Op last van tegenkeizer Magnentius (350-353) werd hij tegen 353 als legaat naar keizer Constantius II (337-361) gezonden. Tenslotte horen we van hem op het concilie van Rimini in 359.

Intussen had hij ook nog als gastheer gefunctioneerd voor de grote bisschop van Alexandrië, Athanasius, toen deze door toedoen van de ketterse Arianen naar het koude noorden was verbannen. In zijn geschiedenis van de Franken horen hoe hij naar Petrus' graf pelgrimeert om de grote apostel te vragen dat zijn bisschopsstad Tongeren zal worden gespaard voor de invallen van Hunnen. Zijn gebed wordt niet verhoord. Daarop verplaatste hij voor zijn dood de bisschopszetel naar Maastricht. Daar stierf hij. Zijn relieken worden bewaard in de beroemde 'noodkist', een schrijn uit de 12de eeuw. Tegenwoordig vindt een zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart plaats (2004, 2011). Bekend is de Servatiusfontein in Maastricht, en de naar hem genoemde bron langs de weg naar Neercanne, even buiten de stad.

 

Bonifatius van Tarsus (14 mei)

Toen Bonifatius daar zag aan welk een folteringen de martelaren werden onderworpen en hoeveel moed zij daarbij aan de dag legden, begon hij te roepen dat hij ook christen was. Dat kwam hem prompt op dezelfde martelingen te staan. Hij stierf op 14 mei 307. Zijn bedienden kochten het lijk van hun heer op voor vijfhonderd goudstukken en keerden ermee naar Rome terug.

 

HEMELVAART.

In de periode tussen Pasen en Pinksteren valt nog een groot feest, namelijk het Feest van de Hemelvaart van Jezus. Dat feest wordt gevierd op veertigste dag na Pasen en valt dus altijd op een donderdag.

De hemelvaart van Jezus is naar menselijke begrippen maar moeilijk te bevatten. We weten niet zo goed raad met een hemel in de wolken en met Jezus’ opgaan daar naar toe. Om dit feest te begrijpen, moeten we bedenken, dat de bijbel veel in beelden spreekt, zeker als er woorden  tekort schieten om de diepere dingen van het leven over te brengen. De richting naar boven werd gekozen, omdat de hemelkoepel, met zijn licht en openheid, een prachtig symbool is voor de plaats van God. Maar de Vader, naar wie Jezus terugkeerde, is niet aan plaats gebonden.

Wat betekent “Hemelvaart van Jezus” voor ons?

Hij is voor ons mensen “uit de hemel nedergedaald en opgestegen ten hemel” zo bidden of zingen wij in onze geloofsbelijdenis. Afgedaald en opgestegen voor ons!!

Hemelvaart lijkt een afscheidsfeest, maar is juist de belofte van intense nabijheid.

Hemelvaart valt dit jaar op 26 mei.

 

VAT-OE-FIETS.

Traditioneel vindt op Hemelvaartdag de bijzondere activiteit Vat-oe-fiets plaats. Een fiets- en wandelgebeuren voor jong en oud met het doel geld bij elkaar te brengen voor Veghelse missionarissen in de ruimste zin van het woord. De organisatoren hebben opnieuw prachtige routes uitgedokterd in de omgeving van Veghel met allerlei nevenactiviteiten op diverse plaatsen.

Laten we hopen, dat het weer op die dag ook weer mee zal werken net als vorig jaar, dan belooft het voor velen weer een mooie happening te worden.

Bent u verhinderd die dag te wandelen of te fietsen?

Niet zo erg, want u kunt onze mensen met een missie toch wel steunen door uw bijdrage over te maken op banknr. NL 33 RABO 0153333375 ten name van de Stichting Vat-oe-fiets Veghel.