Bezinning & Gebeden
Start Gebeden

 

Voor Email naar de website klik hier

                                           

 

  (voor gebeden klik op de menuknop hierboven)

 

 

 

 

 Bezinning 1

 

Preek uitgesproken op het feest van De Goede Herder, tevens feest van 12,5 jaar pastoor te Veghel.

 

Cyclus A 4e zondag in de paastijd - 2017

 

Handelingen 2, 14a.36-41

Johannes 10, 1-10

 

Dierbare broeders en zusters,

Wie de onderaardse catacomben in Rome bezocht heeft, weet dat in die begraafplaatsen de Goede Herder de meest voorkomende figuur is. Je ziet hem geschilderd op muren, en gebeeldhouwd op sarcofagen en grafstenen. Het is ook duidelijk wie die Goede Herder is: dat is Jezus, en Hij draagt een schaapje op zijn schouders, als symbool voor de mens die Hij gered heeft. 

 

Het beeld van de Goede Herder leefde dus heel sterk onder de eerste christenen, en dat is niet verwonderlijk. De herder speelde ten tijde van Jezus immers een heel belangrijke rol in het leven en de cultuur van het joodse volk. Maar vandaag gaat het niet over die herders, die o.a. Jezus verwelkomden bij zijn geboorte, wel over Jezus die zichzelf een goede herder noemt. Hij noemt zich ook de veilige deur van de stal waarin de schapen de nacht doorbrengen uit vrees voor dieven die ‘alleen komen om te stelen, te slachten en te vernietigen’, zoals Jezus zegt.

 

Een goede herder en een veilige deur … Hoe fantastisch zou het zijn als leiders van welk volk dan ook geen dieven, maar goede herders waren. Als ze niet uit waren op rijkdom, macht en eigenbelang, maar op het welzijn van hun volk. Als ze niet streefden naar muren tussen de volkeren en naar oorlog om hun macht te tonen, maar naar wederzijdse hulp. Als ze geen vreselijke wapens, maar vrede zouden bouwen.

 

En welke heerlijke woonplaats van God de Heer zou onze Kerk zijn als alle kerkelijke leiders goede herders zouden zijn. Als ze niet zouden denken aan hún Kerk, hún leer, hún wetten en hún macht, maar aan de Kerk van God, de Kerk van Jezus. Als ze zouden meebouwen aan een Kerk waar geen plaats is voor oordeel en veroordeling, maar voor liefde en vrede. Een Kerk voor iedereen, voor vrouwen zo goed als voor mannen, voor mensen van een ander ras en een andere geaardheid, voor alle mensen, want allen zijn we kinderen van dezelfde Vader. In dat opzicht heeft mij de laatste jaren het aantreden, met de woorden en daden van paus Franciscus goed gedaan. Hij brengt misschien geen revolutie te weeg, maar hij legt wél de accenten anders, en velen ervaren dat als een verademing.

 

En laten we ook onszelf niet vergeten. Zijn wij goede herders voor ons gezin, onze familie, onze buren, onze kerkgemeenschap, onze medemensen? En gaan wij altijd door de juiste deur, de deur die Jezus is, of gaan we soms liever door valse deuren die leiden naar kromme en stiekeme wegen? Is de stem van de Goede Herder altijd herkenbaar in ons doen en laten, of luisteren we liever naar de stem van sluwe herders met valse beloften over winst en eigenbelang? We kennen wellicht allemaal het kijken langs de weg, even naar links, even naar rechts.  Dat kan mooi zijn, genieten van het panorama, maar laten we proberen de ware herder Jezus niet uit het oog te verliezen.

 

 

Broeders en zusters, vandaag ben ik op de dag af 12 ½ jaar pastoor in en rondom Veghel.  Het stemt me dankbaar.  Ik mócht hier komen, en ik vind al 12 ½ jaar dat ik mag wonen in een fijne woonplaats.  Een plaats waar mensen elkaar kennen, en hart hebben voor elkaar en voor de parochie en geloofsgemeenschappen.  Ik trof hier bij mijn aantreden een levende kerk aan, en gelukkig is ze dat nog steeds.  En toch wordt die geloofsgemeenschap, ondanks een geweldige inzet, waaraan ik hoop ruimhartig ruimte te geven, onder druk gezet.  Misschien niet meer zozeer van boven, maar wel omdat we ondanks de jeugd die meehelpt mensen moeten missen.  Ikzelf ben 12 ½ jaar ouder, maar velen die onze geloofsgemeenschappen dragen ook.  We moesten voor het leven hier afscheid nemen van onmisbare mensen, soms heel onverwacht.  Als patroon van hen allen noem ik pastor Konings, die ik als oudere broer en vriend nog dagelijks mis en gedenk.  Het wordt moeilijk om de rijkdom van ons aanbod als parochie in stand te houden,  en mensen van mijn leeftijd, of iets ouder en iets jonger staan onder druk in een tijd waarin veel gevraagd wordt om maatschappelijk mee te doen, en waarin het ook nog eens onrustig is door grote ontwikkelingen op wereldniveau. Een grote troost daarbij is, onze groep misdienaars en acolieten, die ondanks hun drukke agenda heel trouw en met moeite, hun inzet blijven geven.  Maar toch denk je dan als pastoor, rond zo’n dag als vandaag: ben ik nog wel een goede herder?  Je rolt erin, je doet je best, maar je kunt het niet meer altijd zo doen als in het verleden.  Dat frustreert vaak. En toch, deze onrust, die iedere herder van een parochie in deze dagen voelt, geestelijk én lichamelijk, kan maar op één manier geen zee worden waarin je ten onder gaat.  Dat is, wanneer allen één zijn en blijven, liefdevol elkaar verdragend.  Hoe goed is het als je, zoals in een gezin gedragen wordt omwille van je talenten en ondanks je tekorten. Als dát onze basis is, zal niemand verongelukken.  Maar die basis is moeilijk, want niets blijft hetzelfde.  Heel bijzonder hebben we dat ervaren door het sterven van pastor Konings en de veranderingen in de Johannesgeloofsgemeenschap, waarbij parochianen zélf een manier gevonden hebben om te blijven gaan in het voetspoor van die goede Herder Jezus.  Maar ook dan is het niet eenvoudig in onze tijd.  Je blijft geven vanuit het vertrouwde van je geloof, je moet ook weer zien iets op een andere manier te ontvangen, omwille van de voortgang van je geloof; en liefdevol elkaar verdragen (cfr. Paulus Ef.) is ineens niet vanzelfsprekend meer, maar soms ook een beetje een lastige opgave.  Welnu,  ik ben niet zonder hoop.  Maar ik hoop vooral dat God en de natuur mij nog wat jaren geven om met u op tocht te blijven gaan, en dat we samen een gemeenschap zijn en verder ontwikkelen die armen en benen geeft aan het evangelie. Dat betekent wel dat we mensen zullen moeten zijn die niet leven zonder hoop, maar ook niet zonder zorg. En dat is niet het geringste spanningsveld in het leven.

       

Broeders en zusters, zoals elk jaar is het op de dag van de Goede Herder ook roepingenzondag. Wellicht bidden we dat er meer roepingen zouden zijn. Mannen en vrouwen die zich geroepen voelen om herder te zijn in Gods Kerk. Het is goed dat we daarvoor bidden, maar laten we zeker niet vergeten dat roepingenzondag ook echt op ieder van ons slaat, want allen zijn we geroepen om herders, om goede herders te zijn. Herders die leven naar Jezus’ woorden en daden, en die dat niet met tegenzin doen. Op het einde van het evangelie zegt Jezus: ‘Ik ben gekomen opdat mijn schapen leven zouden bezitten, en wel in overvloed.’ En misschien vragen we ons af wat dat ‘leven in overvloed’ is. Wel, dat is niets anders dan leven naar Jezus’ woorden en daden. Het is dus leven in geloof, hoop en liefde. En leven in de genade van Gods aanwezigheid onder ons. En leven om mee te bouwen aan Gods Koninkrijk, het Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid. Daarbij zullen we soms misschien iets dierbaars inleveren, maar wie geeft, krijgt ook vaak iets terug. Dankbaar denken aan het oude, vol vertrouwen uitzien naar wat komt:  dat wordt ons avontuur voor de komende jaren.  Ik hoop dat we elkaar daarbij blijven dragen… Daartoe worden we geroepen op deze roepingenzondig, op deze dag van de Goede Herder. Laten we proberen aan die roeping te beantwoorden, alle dagen van ons leven. Ik dank u voor uw met mij op weg zijn in de afgelopen 12 ½ jaar, en waar ik zelf naar u toe tekort geschoten ben, vraag ik u oprecht om vergeving. Amen.

Pastoor Ard Smulders, Veghel 7 mei 2017

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bezinning 2  

 

Wie rolt de steenweg?       

Naar aanleiding van Markus 16,2.

 

"En zij zag dat de steen was weg gerold."

 

Mensen sluiten elkaar graag op in hokjes, als in een graf. Belasten elkaars hart graag met stenen, zware stenen soms. Trekken graag grenzen, harde grenzen, in het groot, in het klein. “Tot hier en niet verder” zeggen we dan tegen ons zelf, tegen een ander “zo ben ik nu eenmaal; dat kan ik toch niet; dat is voor mij niet weggelegd” of “zo ben jij nu eenmaal; ik had van jou niet anders verwacht. Dat lukt jou toch nooit.” Zo praten we onszelf en elkaar het graf in. Zo rollen we stenen voor elkaars graf.

 

Wie vaagt die grenzen bij ons weg? Wie breekt die graven open? Wie zal voor ons de steen weg rollen? Wie brengt ons weer tot leven? Misschien kan ikzelf de steen weg rollen, loodzwaar op mijn eigen hart, en opstaan uit het-is-nu-eenmaal-zo. Misschien kun jij de steenweg rollen voor de ander en kun jij die ander wegwijs maken, ten leven wekken, laten verrijzen. Misschien kunnen wij de dood teniet doen, de grens van

zo-is-het en zo-zijn-we doorbreken. Misschien kunnen wij vragen: mens, wie ben je eigenlijk, waarom leef je, waarom leef je niet?

 

Er was een man, bijna 2000 jaar geleden, die geen grenzen wou, die geen mensen opsloot, die in de mensen geloofde, grenzeloos, hart verlichtend, stenen weg rollend, graven open brekend. Van niemand vies, voor niemand te goed: officieren van het leger, belastingambtenaren, moeders met kinderen, weduwen, ongetrouwde vrouwen, vissers, bedelaars, blinden, woekeraars, feestgangers, schurken, rijken, schriftgeleerden.

Hij ontwijkt niemand, hij weigert geen enkel contact, schrijft niemand bij voorbaat af; hij sluit niemand uit en op, hij stapelt geen lasten en stenen op het hart van de mensen, hij rolt stenen weg, breekt graven open.

 

En die laatste steen, die laatste letterlijke steen van het graf, waar onder we allen terechtkomen? Wordt die steen ooit weg gerold.?

 

Dat leven van ons, hier en nu; is dat alleen maar geboren worden, kind en jong zijn, naar schoolgaan, een opleiding volgen, een vak en een beroep kiezen, trouwen, kinderen krijgen, carrière maken, geld verdienen, hard werken, wat geluk en plezier, een flinke dreun op je kop krijgen, ouder worden, met de VUT of pensioen gaan, kwalen krijgen, ziek worden, oud zijn, doodgaan, en in het graf terechtkomen? Is dat alles? Nou dan hebben we het na 70-80 jaar wel bekeken. Een vicieuze cirkel, waarin we vastzitten en niet uitkomen, die altijd maar doordraait? Dan wordt ons leven, dan wordt onze wereld één grote absurditeit. Dat kan er bij mij niet in. Dat kan er bij mensen niet in. Bij ons mensen met onze plannen en plannetjes, met onze wensen en verlangens, met onze grote en kleine idealen en dromen, met onze hartstochten en driften met onze liefdeskracht en denkvermogen, met onze fantasie en creativiteit.

Gaan deze prachtige mensen definitief het graf in, vroeger of later, met een dikke zware steen ervoor?

Welnu, Pasen en zegt: nee.

Er was een mens, bijna 2000 jaar geleden, die in het leven geloofde, grenzeloos; het leven is sterker dan alle grenzen en graven, zo geloofde Hij. Het leven is zelfs sterker dan die vervelende, verdrietige grens van de dood. Zelfs die steen zal worden weg gerold. En toen Hij dan toch de dood gestorven was, klonk de Stem van God: dat kan niet, dat wil IK niet. Terug komen, jij, wakker worden, opstaan uit dat graf.

De steen weg gerold. En zo is Jezus de Levende geworden.

Die vicieuze cirkel waarin wij mensen gevangen zitten, is doorbroken. Wat Hem overkomen is, zal ons gebeuren dat is het Paasgeloof, paasgeloof dat 

Houdt dat gevoel, die beleving, dat vertrouwen a.u.b. brandend in uw leven.

 

A. Hendriks, pr.

Veghel